Als hoogsensitief kind, groeide ik op in een onveilig gezin. Mijn kritische, onvoorspelbare en dominante vader was veel weg. Hij was vaak aan het werk of bezig met zijn hobbies. Mijn moeder was lief en toonde affectie, maar ze was super onzeker en in veel opzichten afhankelijk van mijn vader. Er waren veel spanningen thuis. Mijn vader werd snel boos, dan ontplofte hij. Mijn moeder deed alles om de harmonie te bewaren en mijn vader te kalmeren. Ze hield haar gevoelens in en maakte weinig tijd voor de dingen die zij leuk vond. Ik weet nog goed hoe bang, ongemakelijk en verdietig ik me voelde als er weer onenigheid was. Daarnaast was er ons gezin weinig tot geen ruimte voor mijn gevoelens en behoeften. Er werd zelden gevraagd naar hoe ik me voelde, wat ik belangrijk vond of hoe ik erover dacht. Ik had gewoon braaf te luisteren, niet te druk te zijn en met een 8 of hoger thuis te komen van school. Dan was het goed. In plaats van zorgeloos spelen, liep ik op mijn tenen en ontfermde ik me, als oudste dochter, over mijn jongere broers. Dat alles leidde tot een gevoel van eenzaamheid. Zowel emotioneel als spiritueel, omdat ik als jong meisje al entiteiten zag en energieën voelde en er niemand was die dit snapte of mij hierin begeleidde. Ergens besloot ik al vroeg als kind: Ik zal mijn vader en moeder niet tot last zijn. Zij hebben het al moeilijk genoeg.




